zondag 22 september 2019

Ik trek het me niet aan hoor! (Wel!)


Natuurlijk moet ik het me niet aantrekken.
Natuurlijk moet ik 'het buiten mezelf leggen'

En waarschijnlijk zeggen sommigen: 'het zegt meer over die anderen dan over jou'.
En misschien denken of zeggen mensen, jullie, dat niet en ligt er ook een stuk bij mij. 

HET KAN ALLEMAAL.

Maar het raakt me dan tóch weer. 
Terwijl mijn verstand zegt: 'boeien!' 
Terwijl mijn verstand zegt: 'moet jezelf weten!' Terwijl mijn verstand zegt: 'je hebt je best gedaan'.

Raakt het me.

Ik las de wanhopige berichten. Ik beantwoordde de talloze vragen over opnames, medicatie, hoe het dan met een gezin gaat als jij er even niet bent, hoe je uit een depressie komt. En dan antwoordde ik dus vaak. Dit niet gevolgd door een 'dank je wel' (wat ik dan weer plaatste in de positie van de zieke medemens), maar wel na weken weer werd beantwoord met wéér een spervuur aan vragen die ik dan weer keurig beantwoordde (met iets meer tegenzin).

Ik probeerde waar nodig te helpen en te antwoorden. Ik doe dat vaak. Te vaak misschien en waarschijnlijk. Ook wanneer ik er heel slecht bij zit. En soms antwoord ik niet, omdat er te veel DM's zijn. Omdat ik zelf in de goot lig. En het dan vergeet (excuus dan!)

Dan zie je ineens, als je de profielen eens bekijkt hoe het met ze gaat, dat ze je ontvolgd hebben. Terwijl jij tijd in ze stak. Dan kunnen mensen zeggen: maar misschien 'worden ze getriggerd door jouw verhalen'.
Neuh, lijkt me niet, als ik zie wie ze wél volgen: mensen die hele dagen over hun psychische staat tweeten.

Ja. Ik weet het. Dit zegt meer over mij dan over hen. Ik weet het. Ik trek me dit soort dingen aan. Te erg. Zal een achtergrond hebben die ik nog niet helder heb.

Maar die tijd die ik investeerde in al die vragen. Om ze serieus, zorgvuldig, in vertrouwen te behandelen. En dan na het beantwoorden zien dat ze je niet meer volgen... Het raakt me.

En gaat het me om de hoeveelheid volgers?
Nee. Elke dag gooi ik er knappe Amerikaanse artsen uit het leger uit die me ineens volgen. Of Franssprekende mannen die enkel selfies plaatsen. Ik verlaag mijn eigen volgersaantal dagelijks.

Ik heb duizenden vragen momenteel. Mijn hoofd draait overuren. Dit zou écht geen vraag moeten zijn momenteel.

Maar is het dus wel.

Maar nu ga ik me bezighouden met waar het echt om draait: avondeten voor vanavond bedenken!

zaterdag 21 september 2019

Verward


Een psychische ziekte. Of noem je het nu psychiatrisch? Je moet een stoornis hebben voor de verzekering. 'Maar', zegt de therapeut er redelijk standaard bij, dat is alleen maar voor de verzekering, 'niemand past op zo'n papiertje, haha', al wijzende naar de dikke DSM-bijbel.
Heb ik een psychiatrische ziekte: Zo ja: dan wil ik graag hulp. Zo niet: fijn! Niks aan de hand. En door! Dat is een beetje hoe de situatie nu is.

En toen kwam het weer voorbij. Als een mokerslag. Ik werd door iemand verward genoemd. Niet door de eerste de beste trouwens. Verward is volgens mij geen diagnose. Verwardheid hoogstens een symptoom of bijwerking. Maar geen diagnose, toch?

En het deed wat met me. Namelijk: de zoveelste zei me dat ik in een bepaalde periode, niet nu dus, zó verward was. Ik was mezelf niet. Ik kon geen normaal gesprek voeren. Ik kon geen pen vasthouden. Ik kon wel weer andere dingen. Ik kón wel praten,  maar mét grammaticale fouten. Mét ander gedrag. Ik was 'ziek' en ab-so-luut niet mezelf. Hun woorden.

Verwarde mensen zijn mensen die wat hulpeloos vragen of je een euro kan missen. Die schreeuwend en halfbloot door de stad lopen. Die mensen aanklampen en vragen waar ze zijn. De mensen die starend op een bankje zitten in kleding waarvan je niet wist dat het nog bestond.

Verwarde mensen hebben drugs gebruikt. Verwarde mensen zijn gek. Verwarde mensen horen stemmen. Verwarde mensen zijn manisch. Verwarde mensen zijn dement. Psychisch ziek. Van het padje. De weg kwijt. Ze hebben geen gezin meer. Of geen huis. Of geen werk. Of allemaal niet meer. Ze zitten bij het Leger des Heils. Of in een inrichting.

Verwarde mensen zijn vrouwen van 38 met een gezin en een groot jaren '30 huis met glas in lood en andere 'authentieke elementen'. Misschien zijn ze ziek, misschien overbelast, misschien allebei. Misschien zijn ze best grappig. Hebben ze zelfspot. En ogen ze redelijk normaal en denken ze ook heel normaal over te komen. Want: waarom zegt vriendin A bij het weggaan tegen vriendin B: let jij nu op haar? Ach, vast een grapje. Zo dacht ze toen.

In deze periode heb ik dingen gedaan die mij zijn aangerekend door mensen. Terecht. Want ik liet me nu niet écht van mijn leukste kant zien. Verward gedrag uitte zich in mijn geval niet in: bloemen sturen, mensen mee uit eten nemen, bordspelletjes spelen of avonden voorlezend en muziek luisterend doorbrengend.

Nee. Panikerend. Verwijtend. Beschuldigend. Wantrouwend. Angstig. Bozig. Zelfdestructief. Deze woorden pasten meer bij mijn verwarde staat (rustig! Allang onderzocht door Veilig Thuis hiervoor! Hoeft geen melding meer van gemaakt te worden. Verward gedrag hoeft maar door één buitenstaander gemeld en het is geregeld!)

Ik ben uit deze staat gekomen door medicatie (rustgevende middelen, antidepressivum), EMDR en het terugpakken van 'de eigen regie' (jeukwoord, sorry).

Maar wat me blijft bezigen: waarom stopten hulpverleners de hulp omdat ik zo boos was? Achteraf door vele omstanders dus benoemd als 'verward'. Ik was blijkbaar to-taal niet mezelf en dan de vraag: was ik ziek? Of niet?  En welke ziekte had ik dan?
Ik ga er eens over nadenken.

Maar nu een my little pony kopen van het zakgeld van de kleuter. Ook wat verward wel. Zoveel geld neertellen voor plastic troep, maar ik zal het haar niet zeggen.

(Oja. Overal waar ik verwarde mensen zei, bedoel ik natuurlijk mensen met verward gedrag. Maar dit bekte lekkerder.)

zaterdag 14 september 2019

Uitleg bundel twee...

Momenteel nemen we niemand aan i.v.m. de lange wachtlijsten


Gedichten, berichten en columns uit de ggz.


Lang verhaal, korte vraag.

Het is vér overdreven om te zeggen dat er dagelijks wordt gevraagd wanneer mijn volgende bundeltje uitkomt, maar die vraag krijg ik wel met enige regelmaat.

Nu heb ik plezier beleefd aan het uitbrengen van het bundeltje ‘Het was niet alleen maar leuk tijdens mijn depressie’. Dat plezier kwam vooral door een aantal fijne reacties. Vooral van mensen die aangeven dat naasten hen beter begrepen door een bepaald gedicht, door een tweet, of door het hele boekje. Om die reden heb ik het destijds ook gebundeld. Omdat die vraag er letterlijk lag: kan jij niet wat uitbrengen, want je kweekt begrip.

Dat wil ik nu wéér doen. Openheid over psychische problemen, want ook jou, of je naaste, kan het overkomen.

Destijds zocht ik mijn werk bij elkaar dat vooral te maken had met depressie en opname. Maar ik had nog heel wat ander werk liggen. Én ik schreef het afgelopen jaar af en toe ook nog wat door. Dan weer eens een gedicht, dan weer eens een column en natuurlijk tweette ik ook nog. Dus nu ligt er zo goed als weer een bundeltje klaar. Maar: ondanks de goede verkoop van de eerste bundel, heb ik daar zeer weinig aan overgehouden. De belastingdienst kwam langs, terecht en het UWV kwam langs, ook terecht natuurlijk. Maar het idee om van het overgebleven geld nieuw werk uit te geven mislukte daardoor. Wel kocht ik een nieuw klein laptopje, een Microsoft Abonnement en we zijn uit eten geweest, als gezin. Én ik kon, door de crowdfunding een leuk feestje geven bij mijn presentatie. En dat was al heel lang geleden voor me. Een feestje.

Nu ga ik het boek niet zelf meer verkopen, dus minder opbrengsten, minder belasting betalen etc.

Omdat mensen meedeelden mee te willen betalen aan een nieuwe bundel en ik toch al van alles had liggen, eerder gepubliceerd én ongepubliceerd werk, besloot ik tot het wéér bundelen van het één en ander. Gedichten, tweets, anekdotes en columns over de ggz. Opnames, therapieën, PTSS, suïcide, depressie: het komt voorbij. Iets minder cynisme wellicht. Géén ‘ggz-extra´s’. Maar met voldoende zelfspot en humor. Vind ik dan.

Ik heb opgevraagd wat me dit gaat kosten. En ik weet het richtbedrag... Laten ontwerpen, laten drukken, controleren, afspraken, verzending naar het Centraal Boekhuis...

Om uit de kosten te komen, heb ik wel wat nodig nodig en ik wil kijken of dit gaat lukken. In het stukje hieronder leg ik uit hoe je me kan helpen, met natuurlijk werkelijk geen énkele verplichting (vooral bedoeld voor vrienden en familie, deze opmerking;-))

Hoe je kan doneren? Lees blog hieronder!

donderdag 12 september 2019

Geen vergelijking tussen fysiek en mentaal a.u.b.

Terwijl ik weet dat ik het niet moet doen, 
lig ik in bed. Zorg ik op verschillende -ongezonde maar nodige- manieren noodzakelijk ervoor om rustig te blijven en dus veilig te zijn. Mijn gezin is op de hoogte. In dit opzicht is er weinig onderscheid tussen griep (iemand met hoge koorts stoor je ook niet ..dan vraag je de kinderen óók om de zieke met rust te laten op een knuffel en kus per dag na dan) en mentaal in crisis zitten. Partner komt langs met thee, soep en snoep. 

Ik weet dat wanneer ik dit nu niet zou doen, ik zou gaan zwerven, mezelf in gevaar zou brengen, mijn gezin dodelijk ongerust maak en mezelf wellicht dood. Want, dat blijkt uit de geschiedenis.(hoewel dat doodgaan wonderbaarlijk genoeg nog niet gebeurd is) dat zoiets dus kan mislukken, ik in het ziekenhuis beland, wakker word op een IC en wellicht,  voor drie weken word opgenomen. Maar waarschijnlijk niet, want het helpt 'toch niet'. En ik wil het ook niet. En ook wel. RUST. Kleuren. Niks moeten. 

Het kan ook aflopen zoals op dat moment gewenst: dat ik niet meer leef. Maar dat vergt best wat voorbereiding en nadenkwerk. 

(En voor de vraag komt: weet je waardoor je in crisis zit? Ja. Om dezelfde redenen als 'toen'. Boosheid en verdriet dat mijn veilige behandelaar niet veilig bleek, dat ik mijn baan kwijt ben, dat ik niet ben aangenomen bij twee hulpinstanties, want ik zou 'te zwaar' zijn. Verlies en rouw die ik niet kan delen. Behalve met instanties die juridisch mee willen denken, want écht....)

Dus ik vroeg hulp. Ik sprak de persoon die je nodig hebt als je ziek bent. Conclusie: je moet het zelf doen. De regie in eigen hand nemen. De ggz redt jou niet. Oké. Helder. 

Ik hoor vaak dat je lichamijke zaken en mentale ziekten niet met elkaar mag vergelijken. En in dit geval doe ik dat wel even. Griep moet je uitzitten. Een mentale crisis dus ook. Hoewel die laatste me toch een stuk dodelijker lijkt dan een griep. Dat wel. 

maandag 9 september 2019

Wereld Suïcide Preventie Dag

15. Of was hij 16? Toen een leerling van mij een einde aan zijn leven maakte. Had ik dat kunnen voorkomen?

30 was mijn broertje toen hij een einde aan zijn leven maakte. Had ik dat kunnen voorkomen?

Eind 30, begin 40 waren ze toen ze een einde aan hun leven maakten. Twee jonge moeders. Had ik dat kunnen voorkomen?

30, 20, begin 50, 19, waren ze, 'mijn' kliniekgenoten, toen ze een einde aan hun leven maakten. Had ik dat kunnen voorkomen?

Bovenstaande is 'slechts' een greep van mensen uit mijn omgeving die suïcide, zelfdoding, zelfmoord, wat je wilt, pleegden. En het is niet gelukt om te voorkomen. Mij niet. Maar al die anderen die er (nog veel dichterbij stonden) óók niet.

Vandaag is het Wereld Suïcide Preventie Dag.

Naast 'praat erover’ en 'stel de vraag van je leven' die ik dus heb overgenomen van 113.nl, de site die ik ook gebruik als raadgever als ik met suïcidale mensen via privéberichten op Twitter spreek, zou ik niet goed weten hoe ik zelfdodingen verder kan voorkomen. Terwijl ik dat best zou willen. Want wat laat een suïcide sporen na. En wat had de persoon in kwestie wel niet kunnen helpen.

Want er blijken echt manieren te zijn om het te voorkomen zodat de persoon in kwestie in leven blijft. En het liefst ook nog zo'n prettig mogelijk blijft leven. En er zal heel veel leed bespaard worden bij de de achterblijvers.

Lezen jullie vandaag allemaal mee? Dan kunnen we wellicht wat leren van alle tips en misschien helpen waar nodig.


Solliciteren op hulpverlening

Het doel van dit stuk is niet dat jullie met allemaal tips en therapeuten en heilzame kruiden aankomen. Ik heb inmiddels best wat tips gehad en kan daar wellicht wat mee. Maar voor nu: even niks. Op een medicatiewissel (misschien) na dan.

Jullie weten inmiddels dat ik aan het solliciteren ben naar een plekje in de hulpverlening. Dat is best zwaar. Je meldt je aan, moet een verwijzing weten te regelen bij de huisarts (die het druk heeft of met vakantie is, of wat laat reageert: stress dus). En dan begint het.

Je mag niet over komen als iemand die te licht is voor de ggz (Je moet wel wát klachten hebben waardoor je niet meer functioneert, anders kom je niet in aanmerking voor hulp), maar je moet vooral niet té veel klachten hebben waardoor je niet goed functioneert. Daarnaast mag je niet te veel hebben meegemaakt en als je vertelt over nare ervaringen met andere hulpverleners en hoe ontzettend teleurgesteld en inmiddels kwaad je daarover bent, ben je eigenlijk meteen afgeschreven, want stel je voor dat je op hen óók kwaad wordt.

Daarbij is een schrijvende ggz’er ook niet heel aantrekkelijk zo blijkt. Terwijl ik (natuurlijk) niemand persoonlijk of een precieze instantie bij naam noem (iets met integerheid), moest ik laatst bijna een eed afleggen dat ik niks over een bepaalde hulpverlener zou melden. Maar na wat deze hulpverlener vervolgens zélf heeft gedaan, zal dat zéker gemeld gaan worden door mij. Niet uit wraak. Wel uit noodzaak. Zodat dat jullie niet gebeurt. Graag gedaan.

Daarnaast mag je best suïcidale neigingen hebben (gehad), want dat past bij het ziektebeeld van een depressie, maar een vermissing en verschillende bijna-dood-ervaringen worden duidelijk minder gewaardeerd. Als je dat goedpraat, zoals ik deed, met ‘maar dat was enkel toen ik dissocieerde of teveel benzo’s op had’, dan ben je weg. Vermoed ik nu. 

En dat instelling A zegt dat je een depressie en een PTSS hebt. Instelling B zegt depressie en CPTSS, instelling C zegt dat CPTSS helemaal niet bestaat, want 'het staat niet in de DSM', en dat je dan dus wel een persoonlijkheidsstoornis moet hebben. Want: één kenmerk van cluster B en één kenmerk van cluster C, maakt blijkbaar een persoonlijkheidsstoornis NAO. Instelling D zegt dat je dan éven opnieuw gediagnosticeerd moet worden om van die persoonlijkheidsstoornis weer CPTSS te maken voor hun behandeling. En instelling A, bij welke ik lang vaste klant was, vindt door mijn gebrek aan échte impulsiviteit en door mijn integriteit die ik liet merken tijdens patiënt/ werknemer zijn, er geen sprake kón zijn van een persoonlijkheidsstoornis. Uitgesloten. Dat instelling E dan vindt
dat je heel zware zorg nodig hebt en niet in hun programma van een klinische opname van twaalf weken (want dat is super licht blijkbaar!) past, maar een VERS-training moet doen van eenmaal in de week. Ergens. En daarbij wel heel netjes schrijven na een intake van uuuuuuren: veel succes bij een passende behandeling’, vind ik ook wat lastig te rijmen . En dan ook nog: die VERS had ik één-op-één al gevolgd - op eigen verzoek- en bleek niet op mij van toepassing. Ik heb geen ‘pannetjes’. In ontsteek niet ineens in woede of razernij. Het werd me soms allemaal te veel en dan heb ik blijkbaar last gehad van vluchten (dissociatieve fugue en mezelf verstoppen. Erg ongelukkig als je een gezin hebt. En ook duur voor de samenleving. Sorry.) Mijn laatste hoop was instelling F. Maar helaas. Die zou me niet kunnen bieden ‘wat ik nodig had’ (bittergarnituur en witte wijn over het algemeen trouwens). Ik moest maar eens écht goede diagnostiek laten uitvoeren.

Dus dat dan?

Voor nu weet ik wel wat ik bij mijn volgende sollicitatie zeg: ‘hoi, ik heb last van klachten in mijn dagelijks functioneren, maar niet heel erg hoor, maar wel voldoende voor ggz-hulp, ik heb wel eens aan suïcide gedacht, maar daar bleef het bij. Ik ben best stabiel, op sommige momenten na, slik mijn medicatie, thuis gaat het naar omstandigheden goed, maar toch echt wel wat klachten hoor, maar écht niet te veel.’

Ik zal aangenomen worden! Kan niet anders. Dat ik van de week ernstig suïcidaal was, laat ik dan ook maar achterwege.

zaterdag 7 september 2019

Werkloos


Ik schrijf nog. 

Maar niet meer voor Dimence. Ik heb ontslag genomen om nare en ingewikkelde redenen. Het had niks te maken met mijn directe collega's of met Dimence als werkgever.

Nu ben ik al heel veel kwijtgeraakt de afgelopen jaren, maar ik heb ook veel weer teruggewonnen. Ik woon weer thuis. Ik heb de regie die mij was afgenomen ('Jij bent heel, heel erg ziek!' En dat elke week...), weer redelijk in eigen handen. Ik ben mijn hulpverlening kwijt en ik heb geen nieuwe. Wellicht heb ik die niet eens nodig. Maar soit. Dat zullen we nog zien.

Maar mijn baan kwijt. Al deed ik het maar een paar uur per week. Het betekent: geen collega's meer. Het betekent: geen recht op kinderopvangtoeslag meer. Het betekent: niet meer tegen mensen kunnen zeggen wat voor werk ik doe. Van de week werd me die vraag gesteld en ik zei maar zoals het was: 'Ik werk niet'. Zonder verhaal. Gewoon als mededeling. En dat voelde naar. Ik werkte altijd. Als docente, als hulpverleenster, als communicatiemedewerkster. En nu werk ik niet meer.

Het voelt als een verlies. En dat is het ook.
Mijn man had afgelopen week een teamuitje. Ik ga nog met mijn oud-collega's lunchen en dan is het klaar.

Ik ga niet op zoek nu naar ander werk. Ik heb rust nodig. Terwijl ik mensen met Burn-outs zie en zag lezen, netflixen en leuke dingen doen, durf en kan ik nog slecht ontspannen. De spullen moeten eerst worden opgeruimd, wil ik tv mogen kijken. Of mogen lezen. Of mogen knutselen. Ik heb de rust ook niet. Schrijven doe ik vanuit het niks. Zoals nu, omdat ik nog niet naar bed wil, maar ook niet te veel wil nadenken.

Vandaag deed ik boodschappen en zocht ik recepten uit. (In omgekeerde volgorde trouwens). En ik was kapot. En ik moest bijkomen.

Voor nu is dat mijn werk even: overeind blijven staan, boodschappen doen, wat opruimen en er proberen te zijn voor anderen. En dat kost me nog erg veel. Te veel soms zelfs.

Misschien heb ik in dat opzicht wel een goede keuze gemaakt m.b.t. stoppen met werken. Maar het doet pijn.

Veel pijn.

woensdag 4 september 2019

Dissociëren kun je leren

Ik had niks met de term 'dissociëren'. Of met 'dissociatie' Of iets in die trant. Ik kende het niet, dus ik wist er ook niks van. Al met al: weer eens lekker kortzichtig van mij. 


Door mijn opnames in de ggz, hoorde ik de term steeds vaker vallen. En op een gegeven moment zelfs wanneer het mij betrof. Dat was niet de bedoeling. Ik ben nuchter en doe niet aan vage zaken, waaronder ik de term dissociëren schaarde. Maar ik weet het inmiddels vrijwel zeker. Nee. Ik weet het zeker. Ik heb gedissocieerd.


Waar mijn aversie tegen dissociëren vandaan kwam? Iemand op 'mijn' afdeling, vertelde iedereen dat zij door dissociatie een gevaar voor zichzelf was.En dat ze er heel veel last van had. Wat mij opviel was het volgende: als ze contact met mensen had, in het middelpunt stond, aandacht kreeg, was er nooit iets van dissociëren te merken. Wanneer er géén aandacht naar haar ging, of het was gewoon rustig aan tafel, dan ging ze zitten staren. Heel lang. Tot iemand zei: ze dissocieert! En dan werd het protocol in gang gezet. Rustig aanraken, vanaf een bepaalde kant benaderen, tot ze er weer was. Als alle aandacht weer op haar gericht was, was ze er weer en deed ze volop mee. Ik ging het wat observeren (je moet naast mandala's kleuren toch iets te doen hebben op zo'n afdeling) en begon me eraan te storen en meldde dit ook. 'Ze doet het alleen als ze geen aandacht krijgt, dán gaat ze zitten staren. Ja, verzuchtte een hulpverlener: ' dissociëren kun je leren.' (Hiermee neem ik niet weg dat ze het vast ook echt had, maar de momenten waren in mijn ogen soms iets té uitgekiend)


Toen ik onderkoeld en na een zoektocht van twaalf uur gevonden werd en men het lichaam had gevonden, totdat bleek dat het lichaam,ik dus, nog ademde, kwam ik na een IC-opname terecht op een gesloten afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis. Nog nooit eerder had ik 'gesloten' gezeten. Toen een vriendin vroeg of ze 'nog een keer op bezoek kon komen', dacht ik alleen maar: hoezo nóg een keer? Ben je dan al geweest? En toen een andere vriendin later zei dat ik met haar over het voorval praatte alsof het een ander betrof en ze me eigenlijk niet eens herkende. En dat ik een andere vriendin in vertrouwen vertelde dat ik op een moment thuis 'geld had gestolen en onder mijn matras had gelegd' (mijn eigen geld...), kon ze niet anders dan vaststellen dat het écht niet goed ging. Ook mijn psychiater vertelde ik in volledig vertrouwen dat ik geld onder mijn matras had gelegd op mijn kamer. Deze belde mijn man en die nam het tijdens een bezoekje ongemerkt weer keurig mee. Maar verder: ik léék prima te functioneren. Ik schreef best heldere stukjes. Ik gaf een interview aan NPO 1. Het enige wat blijkbaar opviel was dat ik geen emotie toonde. En ik had geen enkel inzicht in dat wat er gebeurd was. Geen ziekte-inzicht. Geen besef van de ernst. Tot ik bij kennis kwam doordat een medepatiënt iets deed waardoor ik over mijn toeren raakte en ineens besefte waar ik was en ik ook meteen weg wilde. 


Omdat ik achteraf deze zaken hoorde én géén idee had wat ik tijdens dat interview had gezegd, kwam de term bij mij voorbij. En wat te denken van de keren dat mijn hulpverlener dreigde op te stappen als ik iets niet wilde doen wat in zijn optiek goed was. Ik raakte daarvan zó in paniek dat ik medicatie, messen, drank in een rugzak deed en van de aardbodem verdween. Destijds gezien als impulsief (is het natuurlijk ook. Nu zie ik het als door extreme stress in een dissociatieve toestand schieten) en dan ook nog mezelf in levensgevaar bracht. Want dat was ik. En die keer dat ik weggelopen was, maar niet wist waar ik was en mijn man mij telefonisch uitlegde 'maps' aan te zetten en het ziekenhuis (waaruit ik weggelopen was i.v.m. stress) in te vullen, zodat ik de weg terug kon vinden.


En dan: de dubbele jurken, de trainingsbroek waarvan ik werkelijk niet wist hoe ik eraan kwam (besteld bij Wehkamp, tijdens een opname bleek na een zoektocht), dubbele stiften, boeken, onbekende andere artikelen. 


Het is een tijd geleden dat dit voor het laatst gebeurde. Maar ik heb wel wat geleerd. Vooral dát ik heb gedissocieerd.